foto microfoon
Ruim een kwart van de Tilburgers doet vrijwilligerswerk. Wie zijn zij en wat is hun drijfveer? In een vijfdelige serie stelt het Vrijwilligers Tilburg een aantal van hen aan u voor.
De interviews zijn in 2015 gepubliceerd in het Stadsnieuws.

‘Jeetje, ik maak echt een verschil’

Na een veeleisende baan als trainer in het bedrijfsleven kwam Mijke (39) thuis te zitten. “Na een tijdje dacht ik: ik wil iets gaan doen dat ertoe doet. Iets waarmee ik door kan gaan als ik een nieuwe baan heb gevonden. Op een banenbeurs maakte ik kennis met ContourdeTwern en besloot me in te schrijven als vrijwilliger Informele Zorg, wat betekent dat je één-op-één wordt gekoppeld aan iemand met een hulpvraag.” Al ruim een jaar fietst Mijke elke week een eind met Ria (80) op de duofiets. “Ria is niet kinderachtig. Als het ijskoud is of het waait hard, dan zegt ze: warm aankleden, we gaan gewoon. Dat doet ze maar mooi op haar tachtigste. Ik bewonder dat in haar en prijs mijzelf gelukkig als we ‘s morgens over het Bels Lijntje rijden. Ik had ook op kantoor kunnen zitten.”

“In het begin ben je natuurlijk vreemden voor elkaar. Tussen Ria en mij klikte het gelukkig meteen, het was direct gezellig. Als personen passen we bij elkaar en deze sportieve inzet is echt iets voor mij. Vanuit ContourdeTwern werd er goed rekening gehouden met wat ik wel en niet wilde. Het is een perfecte match.”

“Ik vind het bijzonder dat iemand je zomaar toelaat in zijn leven. Als je samen op de fiets zit, deel je veel met elkaar.” Dat blijkt geen eenrichtingsverkeer: “Ria is ook erg begaan met mij. Een paar maanden geleden leerde ik via een datingsite iemand kennen en  twijfelde of ik met hem zou afspreken. Ria gaf me een zetje in de rug: doe niet zo gek, natuurlijk ga je! Het was hartstikke leuk en het is nog steeds aan.”

“Toen ik nog volle bak werkte, had ik nooit gedacht dat ik zoiets zou gaan doen. Het vrijwilligerswerk geeft mij meer voldoening dan de banen die ik tot nu toe heb gehad. Begrijp me niet verkeerd: commercieel werk kan ook voldoening geven, maar vrijwilligerswerk doe je vanuit je hart. Je doet het omdat je het zelf echt wilt, niet omdat een bedrijf het van je vraagt.”

“Het verbaasde me om te merken hoeveel mijn inzet betekent. Je kunt iemand op zo’n leuke en eenvoudige manier gelukkig maken. Het lijkt een kleinigheidje, maar als ik zie hoe Ria opleeft op de fiets, denk ik: jeetje, ik maak echt een verschil!”

Foto: Ria en Mijke fietsen elke week een heel eind op de duofiets. Foto: Petri Bakker.

Ria en Mijke fietsen elke week een heel eind op de duofiets. Foto: Petri Bakker.

Geïnspireerd door warme ontvangst in Nederland

Als Shorsh Youssif (41) de berichten over de vluchtelingenstroom uit Syrië leest, doet zijn hart zeer. Hij weet wat het is om je land te ontvluchten vanwege oorlogsgeweld. “Ik woonde vanaf 1998 met mijn vrouw en twee kinderen in Nederland, maar we gingen in 2009 terug naar Noord-Irak om voor mijn moeder te zorgen. We bleven niet lang: de oorlog woedde vlakbij onze stad en de dreiging van IS was groot. Ik hielp dagelijks in een vluchtelingenkamp waar tweehonderdduizend mensen uit Syrië verbleven. Zo veel mensen op de vlucht, dat vind ik heel zwaar om te zien.” Als de situatie in het land verder escaleert, besluit Shorsh in 2014 zijn gezin in veiligheid te brengen en terug te keren naar Nederland.

Cadeautjes

Nu zet hij zich in als vrijwilliger bij Stichting Nieuwkomers en VluchtelingenWerk Brabant Centraal. Shorsh spreekt naast Nederlands ook Engels, Arabisch en Koerdisch in twee dialecten. Hij staat vluchtelingen bij als tolk en ondersteunt mensen die in de gemeente verblijven bij allerlei praktische zaken omtrent huisvesting, zoals papierwerk voor de belastingdienst, nutsvoorzieningen en huurcontracten. Ook bekijkt hij samen met hen beschikbare huizen. “Vaak kunnen mensen bijna niet geloven dat ze weer een eigen huis hebben, een veilige plek voor hun gezin. Meer dan eens zijn mensen in tranen als ze over de drempel stappen. Het is mooi om dat moment met hen te delen, het is alsof je cadeautjes mag uitdelen. Dat is super, echt. Kippenvel.”

Welkom

“Toen ik zelf voor het eerst in Nederland kwam, ben ik zo ontzettend gastvrij ontvangen. Eerlijk gezegd had ik niet verwacht dat Nederlanders zo open zouden staan voor vluchtelingen, maar ik heb mij altijd welkom gevoeld. Laatst zei ik tegen mijn collega: ‘Nederland is zo klein, er kan bijna niemand meer bij.’ Ze zei: ‘Oh nee? Ik heb thuis nog plaats voor drie mensen, hoor.’ Dat is toch prachtig? De manier waarop mijn gezin en ik zijn opgevangen door Nederlanders is mijn grootste inspiratiebron. Ik wil de vluchtelingen van nu even hartelijk ontvangen en op weg helpen. Dit werk is zo dankbaar, veel vluchtelingen spreken hun waardering uit voor onze hulp. Ze zijn verbaasd dat wij zo veel voor hen doen. Ik verdien dan misschien geen geld met dit werk, maar ik krijg er heel veel energie van. Ik zal me altijd voor deze groep blijven inzetten.”

Foto: Het vrijwilligerswerk bij Stichting Nieuwkomers en VluchtelingenWerk heeft voor Shorsh Youssif een bijzondere betekenis. “Ik kan vluchtelingen geven wat ik zelf ook kreeg.”

‘Warmte geven kan ook door de telefoonlijn’

Om 7.00 uur ’s morgens, als de stad langzaam ontwaakt, zit Adri al klaar op haar werkplek. Als één van de vrijwilligers van Sensoor staat zij telefonisch iedereen te woord die om een luisterend oor verlegen zit. Vierentwintig uur per dag, zeven dagen in de week wordt de lijn bemand door vrijwilligers die de tijd hebben om te luisteren. Ook tijdens de feestdagen, of misschien wel juist dan. Adri: “In deze tijd van het jaar hebben mensen nog meer dan anders iemand nodig. Wij zijn altijd bereikbaar, het maakt niet uit wie er belt en met welk motief. Ieder gesprek gaan we respectvol aan, zonder oordeel. We zijn op afstand, maar komen in de gesprekken toch heel dichtbij de mensen. Dat ontroert mij nog steeds.”

Adri spreekt uit ervaring: ruim twaalf jaar is zij bij Sensoor in dienst als vrijwilligster. Ze herinnert zich haar allereerste telefoongesprek nog goed. “Ik kreeg een man aan de lijn die vol zo vol zat met woede, dat hij mij uitschold voor alles wat je kunt bedenken.” Lachend: “ Toen was ik wel even tien minuten lamgeslagen.”

Ze liet zich er niet door uit het veld slaan. “Er is altijd een reden dat iemand zo kwaad is, daar geef ik ruimte aan. Ik leer ervan en weet intussen hoe ik mij kan wapenen.” De behoefte om te zorgen voor anderen noemt Adri de rode draad in haar leven. “Ik heb zelf van jongs af aan een behoorlijk beladen leven gehad. Dat heeft er juist voor gezorgd dat ik heel goed begrijp wat het belang is van écht gehoord worden. Soms zegt een beller: ‘ach, je snapt het toch niet.’  Dan zeg ik: ‘Geloof me, ik weet wat je doormaakt.’ Mensen voelen aan dat ik dat niet zomaar zeg.”

Adri: “Een noodkreet moet worden gehoord. Vaak voel ik tijdens een gesprek: ik ben op het juiste moment op de juiste plek. Ook via de telefoonlijn kun je warmte geven. Ik zit hier goed en ben dankbaar dat ik hier mag zijn.”

Het is niet altijd gemakkelijk om geconfronteerd te worden met de moeilijke omstandigheden van anderen. Sensoor begeleidt haar vrijwilligers intensief, zodat zij weten hoe zij hiermee kunnen omgaan. Samen met 113Online won Sensoor de Meer dan Handen publieksprijs 2015. “Deze landelijke waardering is een enorme beloning voor ons.”

Foto: Na afloop van een dienst deelt Adri haar indrukken met haar collega’s, door ze op te schrijven in dit boek. Zo houden ze elkaar op de hoogte van de gevoerde gesprekken en wat dit met hen doet.

Iets doen voor de gemeenschap én bezig zijn vanuit passie

“Als ik mijn tanden ergens in zet…” Jan Giesberts maakt zijn zin niet af, maar het is duidelijk wat hij bedoelt. Met zijn 74 jaar is hij nog bijna dagelijks te vinden op de Ireen Wüst IJsbaan. Met glinsterende ogen zegt hij: “Als ik op het ijs sta, schatten ze met tien jaar jonger.” Jan regelt clinics en geeft les waar het nodig is. Sinds drieëndertig jaar is hij lid van IJsclub Tilburg, waarvan hij zich al vijfentwintig jaar inzet als vrijwilliger. Zonder hem was het maar de vraag of de 400-meterbaan er was gekomen. Deze nieuwe ijsbaan werd geopend in 2009, onder voorzitterschap van Jan. Hij kreeg al een lintje opgespeld van voormalig Koningin Beatrix en de Sportraad reikte hem de zilveren speld uit voor zijn inzet. Onlangs werd hij uitgeroepen tot sportvrijwilliger van 2015 in Tilburg.

IJsclub op één

Van al teveel eer wil Jan echter niets weten. “Ik had er de tijd voor en heb alles kunnen doen in een bijzonder goede sfeer. Ik word nog steeds warm van de manier waarop ik vanuit de vereniging altijd ben gesteund. Zij hebben mij in goed overleg mijn gang laten gaan. De tien jaar dat we bezig waren met het realiseren van de nieuwe ijsbaan, waren intensief maar ook enorm leerzaam. Thuis werden ze er wel eens knettergek van, het ging altijd maar over de IJsclub. Ik heb ze nooit echt tekort gedaan, maar soms kwam mijn gezin wel op de tweede plek. Na mijn voorzitterschap kon ik mijn familie weer op nummer één zetten.”

Schouderklopje

Jan wordt gedreven door de ambitie om zich nuttig te maken. Hij genoot ooit een opleiding bij de seminarie, waarin de wil om zich dienstbaar te maken al naar voren kwam. “Ik wil graag iets doen voor de gemeenschap. Bij de IJsclub krijg ik de kans om dit te doen vanuit mijn hobby, mijn passie. Wat is er nu mooier? Als ik gevorderde schaatsers hoor zeggen: ‘Ik heb de basis van Jan geleerd’, dan voelt dat echt als een schouderklopje.”

De kick

Uit alles wat Jan vertelt, spreekt zijn liefde voor de schaatssport en de vereniging in het bijzonder. “Mooi, technisch schaatsen, dat is dansen zonder partner. Je probeert mooie slagen te maken. Dat lukt niet continu en niet elk rondje, maar als het lukt is het geweldig. Daar kick ik op. Daarnaast voel ik me hier thuis, er heerst een goede mentaliteit. Van nieuwe leden hoor ik wel eens: ‘het is alsof ik een nieuwe familie heb.’ Dat vind ik een groot compliment.” 

Foto: Jan Giesberts (74) heeft een indrukwekkende CV opgebouwd als vrijwilliger van IJsclub Tilburg. “Tien jaar lang was de IJsclub mijn prioriteit. Het is een prachtige vereniging.”

‘Een ander iets leren geeft voldoening’

Dagelijks is Wesley bezig in de keuken. Naast zijn baan als kok bij een restaurant in Tilburg, is hij elke maandag als vrijwilliger te vinden achter het fornuis van wijkrestaurant De Symfonie. Samen met cliënten van Amarant en hun begeleiders zorgt hij daar voor een lekkere en gezellige avondmaaltijd. Wesley: “Mijn uitdaging is om hen iets nieuws te leren. Al is het maar een uitje snipperen, het hoeft helemaal niet groot te zijn.”

‘Dat lust ik niet’

Wesley bedenkt elke week een gerecht en een lekker toetje. “In het begin kwam het wel eens voor dat mensen zeiden: ‘Dat lust ik niet’. Dan vind ik het extra leuk om het zo te maken dat ze het toch lekker vinden. Het merendeel eet vaak kant-en-klaarmaaltijden, dus op maandag mag het wel iets bijzonders zijn.” Behalve lekker eten, gaat het ook om het samenzijn. “Sommige deelnemers zijn thuis elke avond alleen. Hier is het gezellig, er wordt gepraat en gelachen.”

Herkenning

Naast zijn voorliefde voor koken en eten, heeft Wesley ook een speciale band met de verstandelijk beperkte doelgroep waarmee hij als vrijwilliger werkt bij het Eetpunt. Wesley groeide op in een pleeggezin, met een pleegbroer die een verstandelijke beperking heeft. “Ik heb wat dat betreft heel veel geleerd dat nu van pas komt, ik herken veel van mijn broer in deze mensen. Vanuit die achtergrond denk ik dat ik op de juiste manier met hen kan omgaan, ook al heb ik daar geen opleiding voor gevolgd.” 

In de keuken van Wesley krijgt iedereen een taak. Aardappels schillen, komkommer snijden, het kan van alles zijn. Wie liever niet aan het aanrecht staat, helpt mee met tafeldekken of de afwas. “Als we aan tafel zitten, vraag ik altijd aan hen wat ze hebben gemaakt en hoe. Wanneer ze daarna ook nog eens te horen krijgen dat het goed smaakt, kunnen ze daar erg trots op zijn. En terecht!” 

Gek

“Mijn vrienden hebben we eens gezegd: ‘Waarom ga je werken als je er niets mee verdient? Je bent gek!’. Ik denk dat het gewoon in je moet zitten om vrijwilligerswerk te doen. Je houdt er trouwens wel degelijk iets aan over: een goed gevoel en veel voldoening.”

Foto: Op maandagavond kookt Wesley (22) altijd voor en mét cliënten van Amarant bij het Eetpunt in wijkrestaurant De Symfonie. “Van samen eten fleurt iedereen op.”